De overgang naar een koolstofarme economie is een van de belangrijkste uitdagingen van onze tijd. Hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong (RFNBO's) kunnen hierbij een sleutelrol spelen. Hieronder vallen niet alleen waterstoftechnologieën, maar ook synthetische brandstoffen die worden geproduceerd uit hernieuwbare waterstof en CO₂. Hieronder vindt u alles wat u moet weten over de certificering van RFNBO's.
E-fuels - energiedragers die opgewekt worden uit hernieuwbare elektriciteit - zijn van cruciaal belang voor de volledige decarbonisatie van het energiesysteem. Ze zullen vooral onmisbaar zijn in gebieden waar directe elektrificatie niet mogelijk is, zoals in de luchtvaart en het maritiem transport. Daar kunnen RFNBO's dienen als "drop-in" alternatieven voor fossiele brandstoffen.
De richtlijn Hernieuwbare Energie van de EU (RED II) zet het wettelijke kader uiteen voor de productie en bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen - ook in de transportsector. Het definieert de vereisten voor RFNBO's zodat ze kunnen bijdragen aan het EU-streefcijfer van 14% voor hernieuwbare energie in transport.
Om in aanmerking te komen als "hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong" (RFNBO), moeten producenten aan verschillende criteria voldoen. Om uniformiteit te garanderen en greenwashing te voorkomen, heeft de EU een centrale richtlijn gecreëerd in de vorm van de EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED), die bindende doelen stelt voor de uitbreiding van hernieuwbare waterstoftechnologieën. Om deze doelstellingen te bereiken, zijn de Europese lidstaten verplicht om het gebruik van RFNBO's zoals hernieuwbare waterstof actief te promoten.
Naast RFNBO's worden ook zogenaamde Recycled Carbon Fuels (RCF's) steeds belangrijker. RCF staat voor recycled carbon-based fuel. Dit zijn brandstoffen die geproduceerd worden uit gerecycleerde materialen - meestal vast of vloeibaar afval van fossiele oorsprong, zoals plastic afval, industriële gassen of gebruikte olie. Hoewel RCF's niet worden beschouwd als hernieuwbare energiebronnen, kunnen ze wel bijdragen aan de vermindering van broeikasgassen - op voorwaarde dat het gebruik ervan voldoet aan strenge duurzaamheidsvereisten. De wettelijke classificatie en boekhoudkundige behandeling van RCF's worden geregeld door gedifferentieerde regelgeving en vereisen speciale aandacht binnen het kader van de bestaande wetgeving.
Gedelegeerde handelingen ter uitvoering van de RFNBO-criteria
De EU-Commissie heeft ook twee gedelegeerde handelingen uitgevaardigd voor de concrete tenuitvoerlegging, waarin gedetailleerde eisen worden vastgesteld voor de aankoop van elektriciteit en de berekening van broeikasgasemissies:
1. Gedelegeerde handeling RFNBO
Deze rechtshandeling legt gedetailleerde regels vast voor de aankoop van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen voor de productie van RFNBO's. De gedelegeerde handeling legt gedetailleerde regels vast voor de aankoop van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Er worden bijvoorbeeld eisen gesteld aan de temporele en geografische correlatie tussen elektriciteitsproductie en -verbruik.
2 Methodologie voor de berekening van de broeikasgasemissies
Deze wetstekst definieert een op de levenscyclus gebaseerde methodologie voor de bepaling van de broeikasgasintensiteit van RFNBO's. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten hernieuwbare energiebronnen. Er wordt een onderscheid gemaakt of de elektriciteit volledig afkomstig is van hernieuwbare bronnen of gedeeltelijk van het elektriciteitsnet.
Vereisten voor RFNBO's
In overeenstemming met de Richtlijn Hernieuwbare Energie RED II, stelt de EU Commissie de volgende eisen aan waterstof die geclassificeerd is als een hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong (RFNBO):
- Hernieuwbare elektriciteitsbronnen: De elektriciteit die gebruikt wordt voor de productie van waterstof moet afkomstig zijn van hernieuwbare bronnen zoals wind, zon, geothermische energie, getijdenenergie of waterkracht. Elektriciteit uit biomassa is niet toegestaan.
- BKG-besparingen: RFNBO's moeten ten minste 70% broeikasgasemissiereductie hebben in vergelijking met fossiele brandstoffen.
- Temporele en geografische correlatie: De elektriciteit die gebruikt wordt voor de productie van waterstof moet in tijd en plaats correleren met de productie van waterstof om te garanderen dat de elektriciteit daadwerkelijk afkomstig is van hernieuwbare bronnen.
- Additionaliteit: De hernieuwbare elektriciteit die wordt gebruikt voor de productie van waterstof moet een aanvulling zijn op de bestaande capaciteit voor de opwekking van hernieuwbare elektriciteit.
- Subdoelstelling industrie: Volgens RED III is er een industriële subdoelstelling volgens welke een bepaald deel van de waterstof die wordt gebruikt voor energie- en niet-energiedoeleinden moet voldoen aan de RFNBO-criteria.
Deze vereisten zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat waterstof als een RFNBO daadwerkelijk bijdraagt aan het koolstofvrij maken van de transportsector en niet concurreert met het gebruik van biomassa.
Certificering van hernieuwbare waterstof
Er zijn verschillende relevante certificeringsnormen en kaders erkend in de Europese Unie voor het certificeren van RFNBO's. In principe kunnen vrijwillige certificeringssystemen erkenning aanvragen bij de EU-Commissie. Na een grondige beoordeling of de systemen voldoen aan de eisen van de RED, kunnen ze dan officieel erkend worden door de Commissie. Alleen erkende systemen mogen certificaten uitgeven voor de verificatie van RFNBO's.
De belangrijkste certificeringsstandaarden voor RFNBO's zijn ISCC en REDcert:
1. ISCC (Internationale duurzaamheids- en koolstofcertificering)
- ISCC EU: Een standaard die voldoet aan de Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED II) en specifiek wordt gebruikt voor de duurzaamheidscertificering van RFNBO's en andere hernieuwbare brandstoffen.
- ISCC PLUS: Voor wereldwijde markten en toepassingen buiten het bereik van de EU RED.
2. REDcert
- REDcert-EU: Een ander systeem dat voldoet aan de eisen van de EU RED II richtlijn en geschikt is voor het certificeren van RFNBO's.
- REDcert²: Een uitgebreide versie voor toepassingen buiten het bereik van de EU RED.
ISCC PLUS - Certificering voor de Circulaire Economie en Hernieuwbare Brandstoffen
De EU-wetgeving drijft de verandering naar een duurzamere economie in een snel tempo aan. Vanaf 2025 moeten PET-flessen voor minstens 25% uit gerecycled materiaal bestaan en twee jaar later zal dit percentage stijgen naar 30% - en dan zal het ook gelden voor andere plastic producten. Tegelijkertijd zullen hernieuwbare brandstoffen van niet-biogene oorsprong (RFNBO's) zoals groene waterstof een sleutelrol spelen in de klimaatbescherming. Om dit transformatieproces te ondersteunen, biedt de ISCC PLUS certificeringsstandaard een holistische benadering.
Voor wie is RFNBO certificering relevant?
RFNBO certificering is relevant voor de volgende actoren:
Waterstofproducenten: Bedrijven die hernieuwbare brandstoffen van niet-biogene oorsprong produceren, hebben een verplichte certificering nodig om hun producten als RFNBO's op de markt te kunnen brengen en aan de wettelijke eisen te voldoen. De certificering bewijst de oorsprong en duurzaamheid van het product.
Bedrijven in de toeleveringsketen: Belanghebbenden zoals raffinaderijen, logistieke dienstverleners of eindverbruikers die RFNBO-producten in hun waardeketen integreren, moeten ook zorgen voor hun certificering. Dit is de enige manier om conformiteit met de wettelijke vereisten aan te tonen.
DQS is beschikbaar voor certificering als erkend certificeringsorgaan van ISCC en REDcert. Neem gerust contact met ons op!
Opmerking: Herziening van RED II naar RED III
Het is belangrijk op te merken dat de richtlijn voor hernieuwbare energie (RED II) nu is herzien en beschikbaar is als RED III. De implementatiedeadline voor de nieuwe vereisten van RED III begon op 21 mei 2025.
De herziening van RED II naar RED III heeft ook een impact op de regulering van RFNBO's:
- De minimumeis voor broeikasgasreductie voor RFNBO's is verhoogd van 70% naar 80%.
- Bovendien is er een bindende subdoelstelling voor de industrie ingevoerd, volgens welke 50% van de waterstof die wordt gebruikt voor energiedoeleinden en niet-energiedoeleinden moet voldoen aan de RFNBO-criteria.
- Bovendien definieert RED III de vereisten voor de temporele en geografische correlatie tussen elektriciteitsproductie en waterstofproductie nog nauwkeuriger om te garanderen dat de elektriciteit daadwerkelijk afkomstig is van hernieuwbare bronnen.
Deze strengere eisen in RED III laten zien dat de EU het gebruik van RFNBO's verder wil stimuleren en een hogere klimaateffectiviteit wil garanderen. Bedrijven die RFNBO producten produceren of gebruiken moeten de implementatie van de RED III richtlijn daarom goed in de gaten houden.
Conclusie
De ontwikkeling van een efficiënte koolstofarme economie met RFNBO's biedt een enorm potentieel voor het behalen van ambitieuze klimaatdoelstellingen en het creëren van innovatieve, toekomstbestendige bedrijfsmodellen. Bedrijven die dit pad bewandelen, moeten het huidige wettelijke kader en de certificeringsopties onder de loep nemen.
DQS is uw partner voor de certificering van RFNBO's en beantwoordt graag al uw vragen over certificering.